Home » Songteksten » De Legende Van Het Sluimerdal » 06. Hoofdloze Ruiter

Hoofdloze Ruiter

Als het buiten spookt van een geestenfeest
Was je veel liever binnen geweest
Een spook is een, maar het allerengst
Is de hoofdloze ruiter op zijn hengst

Pas op, pas toch op
Want hij wil je kop

Wanneer hij een rit maakt door het land
Zijn hoofd al vlammend in zijn hand
Dan slaken zelfs spoken een diepe zucht
En slaan ze van angst op de vlucht

Kijk uit, pas op
Hij rijdt in galop

En er is geen spook als een nijdig spook
Hij is alleen, dat zal hij weten ook
Zijn wraak is wat hij zichzelf belooft
Op een dag draag ik opnieuw een hoofd

Hij heeft genoeg van zijn kop die rolt
Er is te veel met hem gesold
Zo rijdt hij een nacht per jaar
En zoekt naar een hoofd met huid en haar

Het kan hem niet niks schelen, klein of groot
Een woeste haardos, kaal of bloot
Zwart of wit of vurig rood
De hoofdloze ruiter wil een hoofd

Met een huphup en een klipkattaklop
Hij zoekt naarstig naar een nieuwe kop
Je redt het niet met een meesterplan
Je kunt niet praten met een dode man

En denk je: ach, het valt wel mee
Ik zag dit spook maar een jaar gelee
Ik bleef niet staan, dus het ging heel vlug
Maar ik dacht: wegwezen naar de brug

Want als je de brug eenmaal over bent
Dan is al het gevaar afgewend

Dus rijd je naar je huis vannacht
Vlieg naar de brug met al je kracht
Als je hem nog hebt, gebruik je kop
Houd je hoofd koel, kijk uit, pas op

Met een huphup en een klipkattaklop
Hij zoekt naarstig naar een nieuwe kop
Je redt het niet met een meesterplan
Je kunt niet praten met een dode man