Ik Zweer Dat Ik Een Draak Zag

Lampie:
Een draak, een draak, ik zweer dat ik een draak zag.
Een angstig beangstig vurig brakend monster zag ik net.
Zijn ogen rood, zijn hoofd zo groot, z'n vleugels zwart en vet.
Zijn stoute blik in zijn bek, hij is twintig meter hoog.
Hij is groen, hij is groen, o wat moeten we doen?
Hij is groen, hij is groen, hij geeft ons van katoen.

Straks komt hij hier en dood een dier
En dat loopt zomaar rond
Dus grendel alle deuren...
Zoek dekking op de grond!

Een draak, een draak, ik zweer dat ik een draak zag.
Zijn staart die zwaait en die maait alle huizen om,
en waar hij gaat daar splijt de straat
Hij trekt de toren krom.
Het is niet zomaar een droom,
Hij riep nog halt briegaribrom

Mannen uit het café:
Hij is groen, hij is groen, o wat moeten we doen?

Vader van Nora:
Hij is groen, hij is groen,

Mannen:
Oom Lampie is uit zijn doen.

Lampie:
Een draak, een draak, ik zweer dat ik een draak zag.

Mannen:
Hij is in de war, want aan de bar daar doet hij het niet slecht.

Nora:
Het is jullie fout, door al die drank weet hij niet wat ie zegt.
Toe laat me los, toe laat me los.
Gedraag je, of ik vecht!

Mannen uit het café:
Want er was nooit, want er was nooit,
Nee nooit, nee nooit, nee nooit,
Was er een draak, een draak, een draak, een draak, een draak, een draak, een draak....